Grevelingen, 2 mei 2021

Tochtverslag door Sophie (1) en Marian (2)

Groep 1: Walter, Marian, Elly, David en Berend
Groep 2: Frank, Mathijs, Sophie en Lennert

Op de club gooit Frank zijn jas op de grond en betreedt de w.c. Ik raap de jas op en wacht tot hij naar buiten komt. Hij spreekt zichzelf toe, hoe hij het zal aanpakken vandaag, en voelt zich gegeneerd als blijkt dat ik het gehoord heb. Ik vind het juist lief, en knap hoe hij zijn intenties vorm geeft.

Op de heenweg zien we een veulen en zendmasten met afhangende schouders, als treurige mannetjes, een dode haas met een kraai erop en dan meer dode hazen en dan een dode kraai. Koolzaad is raapzaad, zegt Frank, gehoord op vroege vogels, hij is dol op het felle geel.

Zijn auto heeft het zwaar, met de trailer erachter: “Kom op auto, nog 8 kilometer, kom op, je kan het wel” spreekt Frank hem toe, heuvel op ” 77, 75, ik wil hem zo min mogelijk op dat hoge toerental hebben, dat kan de automaat niet aan”. De andere kanoërs rijden in colonne achter ons aan, daarachter gefrustreerde automobilisten, zij willen er langs.

Bruin glanzende bladeren aan de bomen, grijs lover, bollenvelden in Zeeland, purper en rood. Op Koningsdag voeren wij een tocht langs de duinen van de Markerwadden
met Freek erbij, bollenvelden in Flevoland. Freek vertelde hoe hij tijdens een droge zomer een gat met water vulde, zodat de zwaluwen modder hadden voor hun nest.

Zonnemaire, de haven van Bommenede. David vindt een zee-egel en Frank vertelt “een ideale dag met vlak water en..” “Sophie !”. Ja, ik kom al.. Helemaal geen vlak water trouwens, die is zwart met witte kopjes onder een wolk en groen met witte kopjes onder de zon.

Boei Bom1, boei G40 en Frank ziet een deur in de wolken. Inderdaad, de wolken vormen een vierkant gat. Een hoekige stern vliegt over. Hoe komt het dat het IJsselmeer zoet is en de Grevelingen zout ? Omdat
het IJsselmeer doorspoelt, zegt Mathijs.
Lennert vraagt mij of het gaat, ik voel mij gepikeerd, ‘hoezo !?’ denk ik en ‘hoezo deze vraag alleen aan mij, terwijl Mathijs ook achter vaart !?’ Later deze dag vraag ik aan Lennert hoe het met hem gaat en ik meen
hetzelfde ‘hoezo !?’ in zijn blik waar te nemen.

Waarom valt een zeilboot niet om eigenlijk ?
Door het zwaard en hij vangt minder wind als hij op zijn zij ligt.

Pauze op het eiland Archipel, het fluitekruid net ontloken. De andere groep arriveert spoedig. Elly gaat tussen David en Marian in zitten. “Elly, je zit met je rug naar David !” roep ik. David vindt het geen probleem. We concluderen dat het komt doordat Frank
met zijn rug naar mij toe zit en dat projecteer ik op Elly en David. Domino effect, noemen we dat en ik hoor over een mus, doodgeschoten, opgezet en te bezichtigen in het natuurmuseum, die in een domino zaal de boel had kunnen omgooien. “Butterfly effect”, zeg ik, met een T, David kent dat en spreekt het netjes uit met een D, o ja, Butt is kont… Butterfly effect is volgens David niet zo één op één voorspelbaar als het domino effect, dat is meer complex. In mijn groepje gaat het intussen over spiritus en cognac.

David volgt rijles, Marian vertelt hoe zij in één keer geslaagd is toen ze het ingrijpen van de instructeur voor was met de opmerking: ” Dat doe ik !” Mijn groepje praat over Guna Guna, de stille kracht, verstrengelde ontmoetingen in voor- en naoorlogs Indonesië.
Dan buigen zij zich met een plaatkompas over hun kaarten.

Op naar den Osse, Zeeuws: Dènosshe. We surfen een stukje, mijn boot dwarrelt, de toggle tikt. We varen verspreid, ieder met zijn eigen gedachten, neem ik aan, sommigen hebben misschien wel helemaal geen gedachten, die worden stil in het hoofd en ‘één met de natuur’, dat soort dingen, dat heb ik nou nooit. Ik fantaseer over mijn 50e verjaardag, over een paar jaar, dan spring ik uit een taart.

In Den Osse spelen broertjes met een metaaldetector, het grote broertje heeft een bouwvakkersspleet, de detector in de ene en een ijsje in de andere hand. Het kleine broertje loopt met een schep achter hem aan. Een blond jongetje springt achter een vlieger aan die zijn oma over het
strand laat dansen. “Gaan jullie weer ?” Vraagt hij, als we vertrekken voor de laatste vaart. We surfen verder en zien dat de andere groep net aan land is als wij arriveren. Marian zal verslag doen over deze tocht.

“And all the clouds that lour’d upon our house
In the deep bosom of the ocean buried. (…)
Dive, thoughts, down to my soul: here
Marian comes.” (Shakespeare)

Hoi Sophie,

Wat kan ik nog aan jouw stuk toevoegen? Het is meer dan compleet!
Wij reden achter jullie aan en zagen heel wat onbekend Zeeland. Wij gingen nog steeds achter jullie aan (op afstand) naar de Archipel waar we nog 3 kajakkers van Den Haag ontmoetten. Ik had net genoeg stroopwafels, voor ieder een. We zaten daar heerlijk uit de wind in het zonnetje, diverse kledingstukken gingen uit.
Jullie gingen veel eerder weg; wij later, richting de haven van Den Osse. Een flinke zijwind, wat mijn Cetus niet zo fijn vond. Maar met traverseren hield ik haar in de hand. Later hoorde ik van Lennert  (Cetus) dat hij er ook moeite mee had. In een Cetus mag wat extra water mee voor het gewicht.
Bij de auto’s aangekomen had Sophie het lumineuze idee om in de buurt van het Springersdiep even een patatje tot ons te nemen. Zo gezegd zo gedaan. Lekker.
We bedanken de organisatoren en het mooie weer voor deze fijne tocht

Groetjes,
Marian

 

De foto’s van deze tocht vind je hier

This entry was posted in Grootwater, Verslagen. Bookmark the permalink.

1 Response to Grevelingen, 2 mei 2021

  1. Jaap says:

    Wat een geleuter, hebben jullie ook nog gevaren?

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.