Vier dagen kanokamperen

Achteraf weet ik niet eens hoe het idee ontstaan is. 4 dagen kanokamperen. Misschien wel naar aanleiding van een kampeerweekend op Terschelling verleden jaar, in een te kleine tent. Maar maakt eigenlijk ook niet uit. 4 dagen kamperen én kanoën in deze coronatijd leek ons drieën in ieder geval een prima idee. Er werd een iets grotere, maar niet zwaardere tent aangeschaft, een mooi laag compact brandertje en een compact matrasje. Daarna volgde nog een voorbespreking over wie wat aan eten mee zou nemen, er werd proef-gepakt en de laatste puntjes werden op de i gezet. 23 Juli vertrokken we.
De eerste tocht ging naar camping De Drecht in Leimuiden, aan de Drecht dus.
Ik was nog even bang dat de kano zou zinken op het moment van instappen, maar dat viel alles mee.

Het was even wennen aan de grotere diepgang. Het eerste stuk is bekend; Hoogmade, Wijde Aa, stukje De Hemmen. Daarna de Braassem over, voor de één wat groter water dan voor de ander. Windkracht 3 tot 4 van schuin achter. Van groene ton naar groene ton naar

Oude Wetering, waar het wat minder ‘ruw’ wordt. Rechtsaf De Drecht op richting onze eerste camping. Kijk daar gaan ze; voortvarend. Na ruim 20 kilometer varen bereiken we de eerste camping. Er liggen wat bootjes afgemeerd en er is gelukkig één plek niet bezet, zodat we daar kunnen uitstappen. Er ligt een behoorlijk dijkje, waar de zwaarbeladen kano’s opgetild moeten worden. Bij de camping lenen we een grote kruiwagen, waar we al onze bagage op laden. We kruien de hele stacaravan-camping over naar het helemaal achteraan liggende grasveld. De kano’s kunnen vooraan in een af te sluiten schuur. Een lekker koud biertje en daarna een zelfbereide soepmaaltijd met stokbrood, kaasjes en wijn, sluiten deze prachtige dag af.

De volgende dag gaat de exercitie de andere kant op, richting het water. Nog even een theedoek (heel schoon, met scheur, maar beter dan niets) en een spons geregeld, want anders is het wel heel spartaans. En daar gaan we, richting Tolhuissluis. Via het kleine sluisje worden we geschut. Grappig om te zien dat in de grote sluis, links van ons, een groter schip precies de andere kant op geschut wordt. We varen verder over de Amstel langs het -onopvallende- ‘Drie provinciepunt’; ik zie later op de kaart dat we dit punt gepasseerd zijn.  Iets verder ligt het prachtige clubhuis van de Uithoornse Roei- en Kanovereniging. Het is wat bewolkt, maar droog. En op het water is het eigenlijk onzomers rustig. Vrij eenvoudig vinden we de afslag naar de Kromme Mijdrecht. Het kan bijna niet, maar toch weer een mooier water dan we al gehad hebben. Een stuk verder wordt er gezwommen en blijken we bij onze volgende camping , Amstelkade, te zijn aangekomen. Een mooie houten vlonder met daarachter gras, waar we de kano’s op leggen om eerst een campingplek te bekijken. Daarna wordt het kanokarretje ondergebonden en worden de kano’s één voor één naar de kampeerplek gereden. Dat gaat een stuk beter dan dragen dus. We drinken in een heerlijk zonnetje een wijntje en koken en eten aan een picknicktafel.

Zaterdagochtend, de 3e dag, ziet de lucht er dreigend uit. We breken de tenten droog op, altijd fijn. Nadat de kano’s gepakt zijn gaan we eerst voor een koffie en appelgebak met slagroom bij de zorgboerderij. Lekker. Daarna begint het wat te spetteren en zoeken we onze kano’s op. We laten ze te water. In de kano word je hoogstens half nat; de onderste helft blijft droog onder het spatzeil. Het regent niet hard, maar wel gestaag. Al snel zijn we bij Woerdense Verlaat. We denken de goede afslag te nemen, en komen uit bij een brug met meteen daarachter een sluis. De sluiswachter kan ons niet zien door de brug, maar op enig moment weten we zijn aandacht te trekken. Normaal gesproken schut hij geen kano’s (hè?), maar kennelijk heeft hij medelijden met deze 3 half verzopen 60+ dames en hoeven we niet over te dragen. Óf hij is blij dat hij wat te doen heeft, dat kan ook. Een motorbootje dat iets na ons komt aantuffen, en waar we makkelijk op hadden kunnen wachten, wordt niet mee geschut maar moet wachten. We zakken in de sluis ongeveer een meter, voordat we de Nieuwkoopse Plassen op kunnen.

We varen met rechts van ons een groot gesloten gebied met een aantal leuke doorkijkjes. Rechts van ons staat een roerdomp op het veen. In eerste instantie blijft hij rustig staan, maar dan vliegt hij toch van ons weg. We komen een motorbootje tegen met de 2 opvarenden heel knus onder een hele grote paraplu. Het is wat zoeken in dit grillige veengebied met talloze eilandjes en doorvaarten. In de verte is de kerktoren van Noorden te zien. Bij een verkeerde beweging van mijn rechterarm loopt het water via mijn mouw en schouder over mijn rug. Brrr. Bij de kerk ligt een horecagelegenheid en in deze nattigheid is iets warms op een droge plek heel erg welkom. Als we er bijna zijn komt ons een groep beginnend SUP-pers tegemoet. Het is inmiddels nagenoeg gestopt met regenen.

De rest van de vaardag blijft het droog. De kanoroute-bordjes zijn slecht te vinden. We varen deels tegen de route in en dat kan niet. Dan vind je de bordjes niet. Ze zijn sowieso slecht zichtbaar en dan weet je vaak nog niet welke richting je op moet voor het volgende bordje. Onderweg ontstaat even discussie, maar eigenlijk maakt het niet uit hoe we varen. Het is zo verschrikkelijk mooi hier. We lijken op de goede weg. Volgens Jaap gaan we vanzelf de doorvaarbare stuw naar de Meije zien. Dat klopt wel, we zien hem op enig moment, maar we zien ook dat het achterliggende water een diepgang van 15 a 20 centimeter heeft. Dat staat aangegeven, maar is ook voorbij de stuw goed zichtbaar: net voorbij de stuw is de sloot volkomen dichtgegroeid. Mogelijk door het voedselrijke water. Met 14 dammen en doorvaarbare stuwen regelt het waterschap dat het voedselrijke water uit de Meijegraslanden zich nu enkel nog minimaal kan vermengen met het water van het plassengebied. En dat is zo te zien maar goed ook. Gelukkig treffen we 2 kanoërs van de Alphense kanovereniging, die voor deze gelegenheid een kano gehuurd hebben. Zij wijzen ons de goede richting op; rode boei, puntje waarop zwarte sternen broeden ronden, naar een andere stuw ‘het gaatje van Herman’, waar we wel door kunnen.

Door een smal slootje varen we op de kerk van De Meije  aan en komen vervolgens netjes op het slingerende riviertje De Meije, zonder overdragen. Het zonnetje schijnt inmiddels weer. We passeren de 58 meter hoge witte watertoren ‘Pietje Potlood’ van buurtschap De Meije. Na nog een aantal slingers in het riviertje en bruggen komen we bij onze camping. Aan een doodlopend, heel ondiep stukje leggen we aan. De SVR-camping wordt verkend en we besluiten de tenten op te zetten op het sportveld, bij de op dit moment niet in gebruik zijnde doelen. We worden een bezienswaardigheid voor vakantiegangers in hun caravans die op hetzelfde veldje staan. De warme avond maaltijd wordt in de open lucht bereid en genuttigd. De wijn smaakt ook weer prima. In het prachtige corona-proof toiletgebouw doen we de afwas en maken we ons klaar voor de avond en nacht. Er wordt zware regen verwacht. Nou, die verwachting komt uit. Het hoost bij tijden, tussen wat lichtere buien door. Maar droog is het voorlopig niet. In de tent wel, hoewel één van onze tenten wel een lek grondzeil heeft, wat ’s ochtends blijkt bij het opbreken.

De 4e dag is de dag waar ik het meest tegen opzie. We moeten een heel eind de Oude Rijn af, niet het mooiste water, of beter de niet de mooiste omgeving, na wat we afgelopen 3 dagen bevaren hebben. Het is gelukkig droog en de zon schijnt. We ontbijten weer met een gebakken eitje met kaas. Een goed ontbijt is het halve werk.
We pakken alles weer in de kano’s, onder het toeziend oog van de andere vakantiegangers. Eén voor één worden de kano’s weer naar de waterkant gebracht. Na het opbergen van het karretje kunnen we weer. Nog een stuk De Meije naar de Ziendesluis. De één meter water die we eerder naar beneden zijn gegaan gaan we nu weer omhoog. Nog een klein stukje varen, onder de brug door en we zijn op de Oude Rijn. Eigenlijk gaat het erg lekker. De hefbrug van Alphen komt verbazingwekkend snel in zicht. Het is rustig op het water en we kruisen het punt waar de Gouwe overgaat in het Aarkanaal.

We hebben een straf windje tegen, maar varen toch een behoorlijk tempo.
In het centrum van Alphen aan den Rijn slaan we rechtsaf, onder een bruggetje door en aan de linkerkant leggen we aan bij een café; een leuk stukje binnenstad. We zwichten en eten een uitstekende lunch-pizza. Daar kunnen we op door!
Het laatste stuk naar de kanovereniging wordt zonder problemen afgelegd. We zijn eerder dan verwacht op de vereniging terug.
Al met al een avontuur, dat zéker voor herhaling vatbaar is.
We mogen ons gelukkig prijzen dat we, ondanks dat we midden in de Randstad wonen, toegang hebben tot zulke prachtige wateren.

Birgit, Marian en Marijke

 

Meer foto’s vind je hier

Dit bericht is geplaatst in Algemeen, Verslagen, Vlakwater. Bookmark de permalink.

1 Reactie op Vier dagen kanokamperen

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.