Solo 2020: deel 1. Kamperen in corona-tijd

Al bijna twee maanden vermaak ik mezelf met in mijn eentje rondjes rondom Leiden varen, vooral om een beetje in conditie te blijven. Inmiddels gaat me dat aardig de keel uithangen. Ik mis het zoute water en het spelen op de golven. Maar varen op de zee zit er voorlopig niet in, nu alle clubactiviteiten zijn afgezegd. En het is ook wat lastig om afstand te houden wanneer je een redding moet doen.

Kanovaren is voor mij ook onlosmakelijk verbonden met kamperen. Na het varen lekker in een tent slapen, buiten een potje eten maken, en ’s avonds naar de sterren staren. Dus dat kamperen, dat mis ik ook. De campings zijn allemaal dicht, maar ik ken clubgenoten die hun hand niet omdraaien voor een nachtje slapen in de vrije natuur. Maar ja, dat zijn wel mannen hè, en als vrouw alleen voel ik mij wel een stuk kwetsbaarder. Als ik aan wildkamperen denk krijg ik vooral visioenen van enge kerels die ’s nachts mijn tent induiken om me “effe lekker op te warmen”.

Maar vorige week viel mijn oog toevallig op de website van de Stichting Hanepoel (https://www.stichtinghanepoel.nl/cms25/).  De Hanepoel is voor mij een favoriete doorsteek bij mijn rondje Kaag-Braasem, vooral omdat het er altijd zo lekker rustig is. Gemotoriseerd vaarverkeer is er verboden, en het zit er ook altijd vol met watervogels. In een brochure van de stichting las ik dat kanovaarders welkom zijn om op het grasveld naast het informatiecentrum te kamperen. Daardoor concludeer ik dat je er te voet waarschijnlijk niet gemakkelijk kunt komen, een geruststellende gedachte. Dat durf ik wel uit te proberen. Zo’n kampeerplek bovenin de Kaag is ideaal, omdat het de axiradius van de kanovaarder enorm vergroot. Vanuit de Hanepoel kun je bijvoorbeeld een rondje Ringvaart-Hillegom-Leidse en Haarlemse trekvaart maken. Ik besluit om via Alphen en de Heimanswetering/zuidzijde Braassem naar Ter Aar te varen, en dan noordwaarts via de Drecht naar de Hanepoel.

Deze route bied me de mogelijkheid om een geheel ander deel van de Braassem te ontdekken. De zuidoostkant grenst aan natuurgebied de Hemmen, en is daardoor lekker groen en rustig. Hoewel een zonnige dag is voorspeld, krijg ik midden op de plas een enorme plensbui op mijn hoofd. Ik had eigenlijk ergens op of aan de Braassem willen lunchen, maar besluit door te varen richting Ter Aar. Mijn keuze valt goed uit, want de Leidse Vaart blijkt tal van mogelijkheden te bieden om uit te stappen en op een steiger te picknicken. Net buiten Ter Aar is aan de linkerzijde zelfs een mooie kanosteiger gemaakt. Je kunt hierdoor ook gemakkelijk overdragen naar de Langeraarse plassen, die ten noorden van de vaart liggen. Een uurtje later vaar ik op het Aarkanaal. Dit kan erg druk zijn met binnenvaart, maar het is zondag en daarom heb ik er gelukkig geen last van. Bovendien staat er in het zomerseizoen op zondagen een frietkar aan het water, ter hoogte van de Kattenbrug. Dit voor het geval je toch te weinig boterhammen hebt ingepakt.

Tegen vijf uur arriveer ik op de Hanepoel. Een tijd lang speur ik de oever af op zoek naar de beloofde kampeerplek. Maar door het riet is het onmogelijk om uit te stappen, ofwel staat er een “Verboden te betreden” bord. Aan de zuidkant ligt een mooie steiger die toegang geeft tot een beschut terrein met een hut, maar de steiger is afgesloten met een groot gesloten hek. En waar ik wel uit kan stappen, bij de Moppemolen en bij het huisje helemaal aan de westkant, waar de Hanepoel overgaat in de Ade, daar lijken toch echt mensen te wonen. Het zal toch niet de bedoeling zijn om mijn tent bij hen in de tuin op te zetten? Ik heb het al bijna opgegeven als ik aan de oostkant van de plas nog een hut ontdek, half verstopt tussen het riet. Mijn kano kan ik aanleggen bij een grote roeiboot, en naast de hut ligt een vers gemaaid grasveldje, beschut door bomen. Vanaf een uitkijktorentje heb je prachtig zicht over de gehele plas. Direct achter de hut begint de lager gelegen Leendert de Boerspolder, waar een groepje schapen ligt te grazen. Het is werkelijk een Idyllische plek. Ik zet snel mijn tent op, want het is opnieuw zachtjes gaan regenen. Met die regen ben ik overigens wel blij, want enge kerels zullen in de regen niet snel op zoek gaan naar vrouwen alleen in tentjes, toch? Als de schemering invalt en de sloepjes op de Ringvaart verdwenen zijn, hoor ik alleen nog maar vogels. Een geluid valt in het bijzonder op. Het is een lage dreunende toon, het klinkt bijna als een misthoorn. Ik blijf het de hele nacht horen, zelfs door het tikken van de regen heen. Maar wat is het? Niet vergeten morgen thuis op te zoeken, bedenk ik me vlak voor ik in slaap val.

Wanneer ik in de ochtend voor mijn tent zit loopt er ineens een man voorbij met een verrekijker. Het blijkt een van de beheerders van het natuurgebied. Heb ik dan toch illegaal gekampeerd? Ik blijk vooral te vroeg te zijn. De stichting is inderdaad bezig met het inrichten van een kampeerplek. Deze zomer wordt er stromend water en een toilet aangelegd. Vanaf volgend voorjaar mogen er maximaal twee tentjes op het terrein staan. Dat wil zeggen, het terrein met de steiger en het grote hek, niet de plek waar ik vannacht heb gestaan. Want het is de bedoeling dat je van tevoren je komst aankondigt, zodat het hek voor je open kan worden gedaan. En er wordt natuurlijk van je verwacht dat je alles weer netjes achterlaat. Halverwege zijn zin onderbreekt de beheerder ineens zijn verhaal: hoor je dat?! Een roerdomp. Dus dat is waar ik al die tijd naar heb liggen luisteren! Waarop de beheerder uitroept: De hele nacht? Dat meen je niet! Dan kom ik ook een keer een nacht hier slapen! Ik wil hem namelijk al zo lang een keer op de foto zetten. Maar hij laat zich niet zo vaak horen, en nog minder zien.

Wanneer ik even later ontbijt maak kom ik erachter dat mijn aansteker leeg is, en ik heb verder niks meegenomen waarmee ik vuur kan maken. Dat is balen. Dat wordt dus zonder thee, koffie of eitje de kano in. Op de Kaag is het op deze maandagochtend uitgestorven en door de mix van wolken en zon is het licht prachtig, maar ik kan er niet van genieten. Ik was eigenlijk van plan om richting Hillegom te gaan, maar ik zie er ineens tegenop om nog een heel stuk te gaan varen. Ik besluit rechtstreeks via Warmond terug naar Leiden te keren. Misschien kan ik onderweg ergens iets warms te drinken krijgen. Dat lukt uiteindelijk pas in het centrum van Leiden. Ik bestel bij een koffiebar de grootste Latte die ze maar hebben. En doe dat stuk Velvet Cake er ook maar bij. Ik rust een half uurtje uit op de kade van de Nieuwe Rijn. Al snel heb ik weer nieuwe energie. Er staat pas 15 km op mijn teller, het voelt toch een beetje onbevredigend om nu al naar huis te gaan. Ik bedenk me dat ik ook weer terug de Oude Rijn op kan varen, richting Vlietlanden. Via de Meerburgerwatering keer ik ten slotte weer terug naar huis. Op de steiger van de club kan ik eindelijk mijn eitje en mijn kopje thee klaarmaken. Toch nog 67 km op de teller. En mijn missie is geslaagd, alweer iets om niet meer bang voor te zijn. Ik heb nu al zin in deel 2 van de Solo-2020.

 

 

 

 

 

Saskia

p.s. wil je ook weten hoe de “oemp” van de roerdomp klinkt? Kijk dan eens hier: https://www.bnnvara.nl/vroegevogels/artikelen/duivelse-roep-van-de-roerdomp

Dit bericht is geplaatst in Verslagen, Vlakwater. Bookmark de permalink.

4 Reacties op Solo 2020: deel 1. Kamperen in corona-tijd

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.