twee maal acht zeemijl

Gorishoek-Rattekaai, zondag 7 oktober 2018.

De laatste grootwatertocht van dit jaar wilde ik graag meevaren.
Ik ben inmiddels erg enthousiast geworden voor deze vorm van kanoën. De beweging van het water, de weidse blik en de bijzondere plekken maken dit varen bijzonder.

Dit jaar stond de tocht van Gorishoek naar Rattekaai gepland, met als vaarleider Jaap. Ik kon helaas niet bij het uitzetten van de tocht op woensdag zijn. Ik hield wel de weersverwachting in de gaten. Er werd aanvankelijk een wind voorspeld uit het Noorden tot Noordwesten, windkracht 5 tot 6.
Voor mij net een beetje (veel) te veel.  Maar hoe dichter naar de zondag, hoe meer de windkracht naar beneden werd bijgesteld.
Ik kreeg van kenners te horen dat ik deze tocht moest kunnen maken.

Dus was ik op zondagochtend nog voor 7.30 uur op de club aanwezig. Niet als eerste bleek. De boten werden op de trailer geladen, de deelnemers verdeelden zich over de auto’s en de reis naar Gorishoek werd aanvaard.

Er was af en toe regen voorspeld, maar daar bleven we de hele dag van verschoond. Bij een heldere hemel met hier en daar een wolkje hadden we zeer goed zicht; we konden Rattekaai aan de overkant zien liggen, aanleiding voor Jaap om voor te stellen in een rechte lijn te varen zonder kaart. Hij kreeg daarbij weinig gehoor, dus volgden we netjes de stroomgeulen.

In Gorishoek losten we duikers af, die na hun laatste duik aan het inpakken waren. Later hoorden we van Frank dat deze duikers aanvankelijk elders hadden willen duiken, maar dat ze hun plan gewijzigd hadden, omdat het water te onrustig was op die eerste duikplek.

Na de briefing mocht ik voorop, een lekkere positie om mijn eigen tempo te kunnen varen. Richting groene boei O31 en O33 tot scheidingsboei TG1/LG2. Volgens een koers op het kompas. Hierna pakweg koers 150 richting de rode boei en de visfuiken. Deze fuiken hangen tussen rechtop staande staken.

Het zijn staken voor de weervisserij, een zeer oude visserijtechniek. De weervisserij wordt beoefend in wateren die bij eb gedeeltelijk droogvallen. De techniek is hier, in de Oosterschelde, gebaseerd op getijdenwerking, waarbij de vis bij dalende waterstanden door de stroming in de fuik wordt gedreven.
In de Oosterschelde staan er houten staken. De vis, ansjovis, zwemt niet tussen de staken door, daar de trillingen ervan de vis afschrikken. De staken en fuiken staan er nu nog vooral voor de toeristen. (https://nl.wikipedia.org/wiki/Weervisserij)

Varend bij deze fuiken kregen we de golven van opzij. Met in mijn achterhoofd mijn onverwachte en ongewenste 180 graden verticale draai, afgelopen week nog op het rustige water van de Munnikenplas, in mijn nieuwe smalle boot, werd ik toch wel een beetje angstig. Maar geen nood. Desirée nam me bijna letterlijk bij de hand en na even stilgelegen te hebben, konden we weer verder. Zonder me bezwaard te voelen over dit oponthoud, want vaarplezier voor een ieder staat altijd voorop.
Gekomen nabij Rattekaai was het in het nog erg ondiepe water een tijd behoorlijk zoeken naar het geultje, dat ons naar de vaste wal zou voeren. Gelukkig vond Berend het na enige tijd, door zijn kennis van het water. En volgens zijn eigen bescheidenheid door een dosis toeval.

Hier volgde het voor mij meest bijzondere deel van de tocht. Door de opkomende vloed werden we tussen de slikken door de geul doorgeleid. Honderden meters slingerend tussen het zompige, deels met alg, deels met helmgras begroeide schorren door naar een betonnen kade met daarachter een dijk.
Het werd hier een sport om zo droog én schoon mogelijk, dus liefst niet door de vette slik, op het droge te komen. Iedereen hielp elkaar weer.
In de luwte van de dijk werd geluncht. Met benzinebrandertjes en folie werd een vuurtje gestookt. In het begin iets te enthousiast. Na het blussen van een stukje droog bermgras kon er soep gekookt worden, eieren gebakken, en werden salades bereid. Mijn eigen noodles deden het niet zo goed op het niet meer kokend hete water (tip: iets anders verzinnen). Maar ik had gelukkig ook nog broodjes.
Na de lunch togen we weer richting de boten. Het water in de geul stond inmiddels behoorlijk hoger en het instappen ging makkelijker dan het eerdere uitstappen.
De wind was wat gaan liggen en de geul weer uit varen, was een even bijzondere ervaring als er in varen.

Voor de terugtocht werden de assistent vaarleiders Frank en Desirée verantwoordelijk gemaakt en zij deden dit prima. De 8 mijl (niet 8 kilometer, wat ik gedacht had) terug naar Gorishoek verliepen voorspoedig. Onderweg kwam ook nog een nieuwsgierige zeehond ons groepje eens goed bekijken.
De inmiddels laagstaande zon weerkaatste op gedeeltes van het licht kabbelende water. Het laatste stuk van de tocht naar de trailerhelling van Gorishoek verliep lekker ontspannen.

Al met al een prachtige dag. 2 x 8 Mijl varen, een totale afstand van bijna 32,5 kilometer. Maar met de stroming en het goede gezelschap prima te doen.
En de angst om met de boot om te gaan, vooral tussen de oren, is met deze tocht weer een stukje overwonnen.

Dank weer Jaap, Frank, Desirée en de rest van het gezelschap voor deze mooie dag en het prima gezelschap!

Birgit

Voor alle foto’s klik hier.

 

Dit bericht is geplaatst in Grootwater, Verslagen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.