Een driedaags solo-avontuur

In drie dagen zo’n 115 kilometer varen, in je uppie. Kan ik dat? Dat is de vraag die me de afgelopen paar weken bezighield. Ik had wel eens alleen gevaren, maar nog nooit een langere (kampeer-)tocht, laat staan meerdere dagen achter elkaar. En het zou bovendien warm worden, een hittegolf zelfs. Ik besloot het avontuur desondanks aan te gaan. Ik verheugde me op het hele dag in de buitenlucht zijn, het kamperen, en de elementaire gedachten (in feite slechts drie: ben ik nog op de route? Wat eet ik vanavond? Hoe ziet de lucht eruit?). Ik was in het verleden wel vaak op fietsvakantie geweest en ik had het dan ook op een vergelijkbare manier voorbereid: kaarten kopen, route maken, weerbericht checken, kampeerspullen inpakken, kleding voor alle weersomstandigheden en uiteraard voldoende eten en drinken mee. Zo ingewikkeld kon het toch ook weer niet zijn?

 

 

 

 

 

 

Hoe zag mijn route eruit?

Dag 1: Vanaf mijn huis (bij de watertoren aan het kanaal in Leiden), via de Kaag, de Ringvaart, de Drecht en de Amstel naar boerderij camping de Aemestelle Hoeve, bij Ouderkerk aan de Amstel (ca. 37 KM)

Dag 2: via de Oude Waver, Vinkeveense plassen, Woerdense Verlaat, Slikkendam, de Meije, naar camping de Hollandse Boerderij (ca. 37 KM)

Dag 3: via de Oude Rijn, Aarkanaal, Leidse Vaart, Braassemermeer, opnieuw de Ringvaart, Hanepoel, Kleipoel, Koppoel, Rijpwetering, Wijde Aa, terug naar huis (ca. 38 KM)

Verkeerd varen, kanokarretje stuk, sluis (nog) niet open; het is me allemaal overkomen, maar het kwam ook allemaal weer goed. Wanneer je in een groep vaart worden problemen en obstakels onderweg meestal al snel opgelost door assertieve mede-kanoërs met meer ervaring dan jij. Maar ik bleek het allemaal ook prima zelf te kunnen en dat gaf me een trots gevoel. Mijn belangrijkste les tijdens deze trip was dan ook: er is geen probleem zo groot of er dient zich wel weer een oplossing aan. Mijn trots werd bovendien verder gevoed door alle aanmoedigingen en complimenten die ik onderweg kreeg van fietsers, bewoners, sluiswachters en sloepvaarders. Ik reisde dan wel alleen, het voelde zeker niet zo. En dan alle belangstellende vragen die ik onderweg kreeg. Hoeveel dagen ben je al onderweg? Word je dan niet moe? Heb je nog wel armen over aan het eind van een dag? Moet je hier ook voor trainen? Zitten je kampeerspullen ook in de boot? Blijkbaar kom je niet elke dag een rondtrekkende kanoër tegen.

En wat is Nederland mooi, en wat zie je veel dieren onderweg! Konijnen en hazen, nieuwsgierige schapen en koeien, heel veel soorten ganzen en weidevogels. De grote meren Kaag, Braassem en Vinkeveense plassen zijn natuurlijk prachtig om te bevaren, maar de Drecht en de Meije vond ik ook erg mooi en een echte ontdekking vond ik Slikkendam, bij de Nieuwkoopse plassen. Af en toe waande ik mijzelf helemaal alleen op de wereld. Het was simpelweg genieten. Hoewel mijn route voor een groot deel door een druk stuk van Nederland voerde, heb ik toch maar heel weinig auto’s gezien. Wel veel sloepen, maar ook die beperken zich tot de bekendere routes. Op de ringvaart was het bijvoorbeeld erg druk, maar ik heb ook hele stukken helemaal in mijn eentje gevaren. Ik probeerde bovendien elke dag rond 7 uur te vertrekken. In de eerste plaats om optimaal gebruik te maken van de koelere uren, maar ik ontdekte al snel dat ik de eerste drie uur het water helemaal alleen voor mijzelf had. De meeste sloepen met vakantievierende Nederlanders vertrekken blijkbaar pas halverwege de ochtend.

Het bleek ook heerlijk om helemaal in mijn eigen ritme en tempo te kunnen varen. Wat een verschil wanneer je niet steeds hoeft in te houden of moeite hoeft te doen om anderen bij te houden. Ik merkte dat ik een stuk minder moe werd. Na een hele dag varen was ik wel lekker moe, maar helemaal niet uitgeput, en had ook geen last van mijn spieren. Wel had ik niemand bij me om me over een dipje heen te praten. Een liedje zingen, jezelf techniek oefeningen opleggen, vogels tellen. Heb ik allemaal gedaan. En voor je het weet gebeurt er weer iets, of kom je iemand tegen die vrolijk naar je zwaait of zijn duim opsteekt, en dan kun je er weer helemaal tegenaan.

Wanneer je alleen vaart kun je waarschijnlijk wel onbespied alleen wild kamperen, maar dat ging mij voor mijn eerste trip te ver. Er bleken op de route alleen niet heel veel campings aan het water te zijn. Ik heb zelf tot dusver geen goed en compleet overzicht kunnen vinden voor watercampings in Nederland, en houd mijzelf dus aanbevolen voor tips. De eigenaren van de twee boerencampings waar ik logeerde bleken in elk geval ontzettend behulpzaam. Het kwijtgeraakte ringetje van mijn kanokarretje werd snel vervangen, stevige armen werden erbij geroepen om een volgepakte kano te tillen en op de Hollandse boerderij mocht ik naast de kinderboerderij kamperen, vlak aan het water met een heel veld voor mezelf alleen (afgezien van een pauw en een kalkoenenpaar met jongen).

Ter voorbereiding en ook onderweg heb ik de volgende kaarten gebruikt:

  • ANWB Waterkaart H-Hollandse Plassen
  • ANWB Waterkaart I-Vechtplassen
  • ANWB Waterkaart P/R – Waterkaart Vinkeveense / Loosdrechtse Plassen

Mijn belangrijkste tips voor onderweg:

  • Zoek de bedieningstijden van de sluizen op die je onderweg moet passeren. Want je kunt wel heel vroeg opstaan, maar wanneer je om 8 uur aankomt bij een sluis die pas om 9 uur open blijkt te gaan had je beter een uurtje langer kunnen blijven liggen. Eind van de dag idem dito, of je moet juist houden van kamperen in een weiland tussen de koeien. De sluiswachter van de Ziendesluis zag me in de vroege ochtend van dag drie gelukkig al na een minuut of tien liggen. Officieel was hij nog niet open, maar hij riep opgewekt: “geef me een paar minuutjes” en ik kon al snel mijn weg vervolgen.
  • Neem voor een hele dag eten en vooral drinken mee, want je zult onderweg weinig plekken tegenkomen waar je iets kunt krijgen. Wanneer je nog wat langer gaat dan de drie dagen van mijn kano-avontuur, dan zul je een alternatief moeten bedenken voor je brood: soep uit een blikje of zakje bijvoorbeeld, eieren, of een pannenkoek van de avond ervoor. Of doe couscous in een zipperbag, beetje kokend water erbij, paar minuten wachten en husselen met wat zoal voorhanden is: een gekookt eitje, blikje tonijn, tomaten. Prima lunch.
  • Vergeet vooral niet om een kanokarretje mee te nemen, want dat zul je zeker nodig hebben. Niet alleen om vanaf het water naar de camping te komen, maar ik moest onderweg ook een aantal keer overdragen. Zo bleek de sluis bij de Woerdense Verlaat buiten werking te zijn. Een vriendelijke bewoner wees me op een klein slootje dat ik kon gebruiken om de sluis te omzeilen. Er zat een dammetje in, waar een vlonder overheen was gelegd. Hier kon ik mijn boot wel overheen trekken. Het was een beetje een gehannes, maar het werkte inderdaad wel. Alleen zat ik plotseling niet meer op de Heinoomsvaart, maar op een parallel lopende boerensloot, die werd onderbroken door een dam en eindigde in de achtertuin van een boerderij. Ik heb maar net gedaan of mijn neus bloed, heb de kano op mijn kar geladen en ben over het erf naar de Kromme Mijdrecht gelopen. Gelukkig was het hek van de tuin open…

Conclusie: Ik heb nu helemaal de smaak te pakken. Ik heb zelfs al stiekem op waterkaarten en Google Maps zitten kijken voor nieuwe routes, voor vijf of zeven dagen, of nog langer. En buiten Nederland kan natuurlijk ook. Misschien al in de herfst, als ik weet dat er nog een paar mooie dagen aankomen, of anders volgend voorjaar. Er is in elk geval een wereld aan mogelijkheden voor me open gegaan.

25-27 juli 2018

Saskia

Dit bericht is geplaatst in Vlakwater. Bookmark de permalink.

4 Reacties op Een driedaags solo-avontuur

  1. Eduard Diepstraten zegt:

    Wat een leuke onderneming! Lijkt me heerlijk
    Ik mis wel wat foto’s, wat is een kanokarretje? Hoe heb je alles meegesleept, had je een tweede kano met bagage bij? En die beesten op de kant die je aankijken, onbetaalbaar!
    Groet, Eduard

  2. Martine zegt:

    Hoi Saskia,
    De TKBN heeft een boekje waar alle campings aan het water in staan:
    https://www.tkbn.nl/nl/node/191
    groetjes,
    Martine

  3. ja zegt:

    Wat heerlijk! Ik benijd je dat je dit kunt doen. Maar ja, mijn moeder, ouwe kanpvaarster op de IJssel, was nog altijd poeptejaloers als ik haar van het water belde tot ze twee jaar geleden, 96 jaar oud, overleed.

  4. Saskia van Bergen zegt:

    Dag Eduard,

    Dank voor je reactie! De foto’s staan er inmiddels ook bij. Met een kanokarretje (een soort klapstoeltje op wielen waar je je kano op kunt leggen) kun je een zwaarbeladen kano over het land vervoeren. Mijn kano heeft gelukkig vrij veel bergruimte, dus tent en andere kampeerspullen, kleding en eten voor drie dagen past er makkelijk in.

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.