Oosterschelde 21 mei 2018

Terwijl Frank op zaterdag de Grevelingen al heeft afgeschuimd, ik deed verstelwerk bij moeder in Zierikzee, ben ik vandaag ‘aan de beurt’, zoals Frank dat kan zeggen als er grote golven staan;’ dan ben je aan de beurt !’.  Hij kirrend van de pret, ik wat stiller. Niet dat er grote golven waren, maar ik was wel aan de beurt om mee de Oosterschelde op te gaan. Frank heeft de tocht zorgvuldig voorbereid en met Manon overlegd. Ja hij heeft het goed berekend. We voelen ons als kinderen die de wereld in mogen, knapzak op de rug, en enigzins verbaasd, we hadden blijkbaar rekening gehouden met een ‘zou je dat nou wel doen ?’ of ‘vaar eerst nog maar eens een jaartje met de groep mee’.

Vertrokken vanuit het strandje dat ik als Borrendamme heb leren kennen, en waar ik een jeugd lang gezwommen heb, fantaserend over de kom uit en wat dan. Vandaag varen we werkelijk de kom uit. Recht vooruit zou boei H2 moeten zijn, peddel peddel, ja, boei H2, tot zover gaat het goed. Nu weer richting kust, gelukkig maar, ik vind het toch spannend, zomaar met zijn tweetjes midden op het water. De zon schijnt en er staat en een zachte bries. Ik fantaseer over oefeningen die ik op de club met de groep zou kunnen doen om voorbereid te zijn op onverwachte situaties op zee als Frank ineens zegt dat er een cadeautje van rechts komt. Wist ik veel dat die boeggolf van die boot zo ver weg nu nog zou bestaan. Ik strek al uit voor een steun maar Frank roept ‘peddelen, peddelen’, en surft.

Sterns met vis in de bek vliegen richting land en voordat we het weten zijn we al in Burgh-sluis. Om de opgedane spanning te ontladen orden ik de theezakjes in het café. Ik zie dat er een inconsequentie zit in het verpakkingsmateriaal, misschien staan we op het moment van overgang tussen twee verpakkingen.

Vanuit Burgh-sluis rechtvooruit en dan een half uur varen, berekenen wij ons volgende punt. ‘Zijn we niet te ver ?’, ‘is het eigenlijk wel vloed ?’, ‘waar varen we nu overheen dan, een plaat ofzo..?’ En die boei kan het toch niet zijn, die is toch eigenlijk te ver weg ? We zijn in de buurt dus toch maar even kijken, o, ja, alles klopt, naar links nu. ‘Is dat dan de schelpenbank ?’, ‘Nee, die zien we niet vanuit hier’, ‘jawel hoor, volgens mij wel’. De wind zet aan, prachtige opbouw van de tocht, vindt Frank. Golven van voren kan ik wel aan maar opkanten in een bocht durf ik nu niet. Frank noemt zijn kano, een Dawn treader, ‘de Exxon Valdez’, naar een olietanker die in de jaren 8o door een te trage bocht tegen een ijsschots opbotste en een olieramp veroorzaakte.

Jeetje, we zitten nu echt midden op zee en met wind, wat als er wat gebeurt, moeder zal zich wel zorgen maken. ‘Dat dit een mooie manier van sterven’, zegt zij  later, als we aanschuiven voor aardappelen en suddervlees. Haar oeroude Haagse kookboek ligt nog op tafel. Dat ze zo’n moeder wil zijn die goed suddervlees kan maken, zegt ze. Het is nog wat taai, maar goed van smaak.

Er ligt een schuimlaag in zee, als een rode loper, precies richting kust.

Frank wijst mij hoe spierwit de schuimkoppen oplichten als je in de baan vaart. ‘Magisch realistisch’. We voelen ons gezegend, een gezegende tocht.

Sophie

Dit bericht is geplaatst in Grootwater, Verslagen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *