Zeekajakcursus in Zeeland

Met:  Manon, Rein, Rob, Peter Paul, Freek, Mathijs, Peter, Nico (en Arjan op zaterdag)

Vrijdag 5 oktober. Het is alweer een half jaar geleden dat ik een zeekajak gekocht heb, een SeaYak 520 HV. Inmiddels  al heel wat tochtjes gevaren. Maar zout water heeft hij nog niet geproefd. Het staat  op mijn wensenlijstje om op groot water te gaan varen, maar steeds als er wat georganiseerd wordt, is er een reden dat ik niet mee kan. Maar nu kan er niets meer mis gaan…….

Kajakken op de Noordzee

Kajakken op de Noordzee

We verblijven in Ellemeet op Schouwen-Duiveland, waar Manon twee caravans  gehuurd heeft op minicamping ‘t Oefje.Ik zie  een bord naast de deur waar je je moet melden( volgens het bordje  “melden bij het woonhuis”): “Ik ben even boodschappen doen”, staat er echter op het woonhuis.  Even later komen de eerste vaargenoten: Manon, Rein, Freek en Rob. Manon heeft dit weekend georganiseerd en een instructeur geregeld. Zij waren al iets eerder in Zeeland en hebben al een tochtje op de Grevelingen gevaren. We nemen polshoogte bij de stacaravans. Ze zijn niet op slot. Brutaal stappen we naar binnen. Even later stapt er een wildvreemde meneer naar binnen. Dat blijkt de campingbaas te zijn. Ik voel me betrapt!. Al snel krijgen  we bezoek van twee “aordige Ziuwen uut Katt’ndieke” die afgesproken hebben met Nico, onze instructeur, om peddels om te wisselen. Manon biedt ze een kopje thee aan. Nico komt twee uur later aan.

Peter Paul en Mathijs

Peter Paul en Mathijs

Na de heerlijke GadoGado die Rein en Manon thuis al voorbereid hebben, komen Peter Paul en Mathijs aan en zijn we compleet. We krijgen les dit weekend. Daar laat Nico geen gras over groeien: het is kwart over tien ‘s avonds en hij besluit dat het nu een mooie  tijd is om wat theorie te gaan geven: getijden, dieptes en stroming. Ook nog even overleggen over waar we morgen gaan varen. Om half één rol ik mijn bed in (60 cm breed, minder dan twee meter lang).  Omdraaien in je slaap zal leiden tot een val uit bed!

Bij de Brouwersdam

Bij de Brouwersdam

De volgende ochtend is het zover: we gaan op weg naar de Brouwersdam. We gaan varen aan de zeezijde van de dam tot ongeveer 3 tot 4 kilometer uit de kust. We stappen in op het strand in de vluchthaven. Arjan heeft zich voor vandaag bij ons gevoegd.  Ik voel een lichte spanning, want het is de eerste keer op zee. Het golft en verder weet ik niet goed wat ik kan verwachten. Peter Paul blijkt hetzelfde gevoel te hebben. Daar komt bij dat hij ook nog een nieuwe boot (een mooie ranke zwarte) en een nieuwe peddel heeft, wat een extra handicap is. We varen de haven uit en voor het eerst voel ik de golven, die niet heel erg hoog zijn. Voor we weggingen heb ik cyclizine genomen tegen zeeziekte, omdat ik snel last heb van zeeziekte. Het valt mij mee. De spanning blijft, omdat ik niet weet wat ik verderop kan verwachten. We beginnen met het leren sturen met een skeg. Een zeekajak heeft de neiging om zijn punt in de wind te draaien. Daar is bijna niet tegenop te sturen met je peddel als er een flinke wind staat. Als je je skeg laat zakken heeft de boot juist de neiging van de wind af te draaien. Door hier een beetje mee te spelen kan je zonder al te veel moeite een koers varen. Leuke theorie, maar ik heb geen skeg, maar een roer. Sommige (voor alle duidelijkheid: dit geldt niet voor de bij deze cursus aanwezige vaarders!)doorgewinterde kajakkers beginnen wat meewarig te kijken als ze een roer zien en lijken het maar een slappewatjesapparaat te vinden (“ja, in Duitsland gebruiken ze dat vaak”, met de nadruk op dát en ongeloof in de ogen). Ik kan met behulp van mijn roer zonder moeite het draaien van mijn boot  compenseren. Gewoon, door te sturen. In combinatie met goed opkanten stuurt hij als een scheermes! Na deze oefening gaan we ‘varen met de ogen dicht’ begeleid door aanwijzingen van een medevaarder (eerst geef ik Peter Paul aanwijzingen en vervolgens hij aan mij): “beetje naar links, rechtuit, naar links, naar rechts….” Dat voelt raar, omdat er toch wel wat golven staan (tussen de halve en één meter) en je dus alleen op gevoel overeind kan blijven. Het loopt goed af. We varen verder. In de verte is een zandplaat.

Een nieuwsgierige zeehond kijkt onze richting op

Een nieuwsgierige zeehond kijkt onze richting op

Zwarte vlekken: zeehonden? Nico had gisteren verteld dat we minimaal een kilometer afstand moeten houden van rustende zeehonden. “Als ze opkijken ben je al te dichtbij” zegt hij. Dat lokt de opmerking uit dat een opkijkende zeehond niet meer rust, dus niets ons zal kunnen belemmeren om ons tussen deze dieren te begeven! Even later komen we midden op zee een lage branding tegen. Hier ligt een zandplaat een paar centimeter onder water. Dit is tevens onze lunchplek. “Een zeehond, kijk, daar!!!” Vijftig meter verderop kijkt een zeehond vanuit het water onze kant op . Hij duikt weer onder. Een paar minuten later komt hij weer boven. Dichterbij nu. Dit herhaalt zich een paar maal tot hij op een afstand van tien meter is. Hij neemt ons nieuwsgierig op: “Wat zijn dat voor rare wezens lijkt hij te denken”. Een beetje gelijk heeft hij wel. Ik neem een paar foto’s, in de wetenschap dat het niet veel zal worden (te kleine kop, te grote afstand). Dit is mijn eerste ervaring met een zeehond in het wild. Ik weet nu al dat dit het hoogtepunt is van de dag (tenzij we nog een walvis tegen komen, maar die kans lijkt mij onwaarschijnlijk klein). Na de lunch varen we richting de kust. We gaan het slepen van een kajak oefenen. Om de beurt moeten we slepen. En dan de goede richting opvaren.  Dat blijkt makkelijker gezegd dan gedaan. Als ik aan de beurt ben merk ik na verloop van tijd dat ik mijn kajak niet in de goede richting krijg. Ik ploeter en zet nog wat meer kracht, eigenlijk vaar ik op mijn topsnelheid. “HARDER!!!!” “JE GAAT NIET IN DE GOEDE RICHTING!! NAAR LINKS!!”  “NAAR LINKS” “HARDER!” “DOORVAREN” wordt er op commandotoon keer op keer geschreeuwd. “WAAR DENK JE DAT IK MEE BEZIG BEN!” Blaf ik kortaf terug, terwijl ik mijn humeur naar een nulpunt voel zakken. “IK KRIJG HEM NIET NAAR LINKS”.  Even later blijkt dat het touw om het roert heenloopt en daardoor de boot dwars trekt. Hoe harder ik vaar hoe meer hij dwars gaat. Langzaam maar zeker voel ik mijn ergernis zakken en kan ik weer genieten van de mooie omgeving en de weidsheid van de zee. Na verloop van tijd varen we de haven weer in. Een aantal willen nog reddingen oefenen. De rest gaat zich omkleden. Ik doe even als oefening een hoge steun en sla pardoes om. Na een halfslachtige poging om te eskimoteren, die vanzelfsprekend mislukt, besluit ik uit te stappen (onder water). Kan ik gelijk de X redding oefenen. Het water vind is toch wel een beetje koud. Met hulp en aanwijzingen van Arjan klimik in mijn boot. Vervolgens varen we de haven weer uit en krijgen nog wat demonstraties van verschillende vormen van reddingen. Nico en Rein zijn de slachtoffers om in het water te gaan liggen. Vanwege hun droogpak. Dat van Rein blijkt toch niet zo droog te zijn als de naam van het pak wil doen geloven. …

Instappen bij de Oosterscheldekering

Instappen bij de Oosterscheldekering

Omkleden en weer naar de camping. Eerst een wijntje (en nog één)en vervolgens weer een lekkere door Rein en Manon gecomponeerde maaltijd. Chili con (en sin) Carne. Na de maaltijd weer les. Dit maal  over stromingen en tochtplanning. Het besluit valt ook om morgen buitengaats bij de stormvloedkering te gaan varen. Lunchen zal plaats vinden op een droogvallende zandplaat (volgens een kaart uit 2011).

De volgende dag: We rijden naar Westerschouwen, laden de boten af en met kanokarretjes rijden we ze naar het strand. Op het strand staat een belangstellende  familie van drie generaties. Vooral de kinderen kijken hun ogen uit en bekijken en bevoelen de kajaks uitgebreid. Een onbevangenheid, die ouders en grootouders allang verloren zijn!

Onbevangen kijken de kinderen hoe wij de kajaks in orde maken

Onbevangen kijken de kinderen hoe wij de kajaks in orde maken

Aan de linkerhand is de Oosterscheldekering. Volgens de kaart met een flink verboden gebied ervoor. Uitgebreid overleggen we, onder leiding van Nico, hoe we het beste kunnen varen. We moeten rekening houden met de stroming (het is afgaand water, dus de stroming komt van links), om op het gewenste punt uit te komen (dat recht vooruit ligt). We willen niet door het verboden gebied varen. Nico maakt alles aanschouwelijk door in het zand een tekening te maken. Een half uur later zitten we in de boot en varen we een kilometer stroomafwaarts om vervolgens in een gestaag tempo de stroomgeul over te steken. We varen een half uur lang een vaste koers. Nu weer overleggen over het vervolg. Het doel is een zandplaat aan de overkant van de Oosterschelde, waar we willen lunchen. We varen verder.

Broers

Broers!

Er ontstaat enige discussie over de plaats van de zandplaat, omdat hij nu zo langzamerhand in zicht zou moeten komen en het water op zijn laagste punt is. gesnuif. Vijftien meter verderop is een zeehond opgedoken, die ons van een veilige afstand bekijkt. Hij duikt weer onder. Even later: het geluid van een luide plons. Als ik opkijk zie ik een meter achter de boot van Rein schuimend water. Ik keek duidelijk op het verkeerde moment de verkeerde kant op. Een zeehond sprong, met veel kabaal, vlak achter Rein uit het water…..

Waar is die zandplaat dan!

Waar is die zandplaat dan?

Inmiddels lijkt het erop dat we de zandplaat niet meer gaan vinden (conclusie: vetrouw in onze veranderlijke Noordzee, nooit een kaart van het jaar ervoor!). Nico besluit om even een klein hapje op zee te eten. Het is lunchtijd. Ik ben blij dat ik mijn pillen tegen zeeziekte ingenomen heb, want er staan geen hoge golven, maar er staat een lome deining die je, als je zo stil ligt, binnen korte tijd  de wereld van de zeeziekte binnenzuigt. We liggen stil boven een zandplaat die ruim een meter onder water ligt. De golven stuwen daardoor enigszins omhoog. “We gaan weer verder!” , roept Nico.  Het blijkt dat één van onze tochtgenoten zich niet lekker voelt. We wijzigen de plannen en we varen richting het strand bij Neeltje Jans. Het lijkt dichtbij, maar na 20 minuten varen, lijkt het strand nauwelijks dichterbij te komen. De afstanden op zee zijn bedrieglijk. Na drie kwartier zijn we dan toch op het strand. Nico zet een strandscherm op voor de zieke tochtgenoot. Het besluit valt dat hij niet verder vaart en we hem later oppikken met de auto. Rein blijft bij hem. We passen ons doel aan en varen zo snel mogelijk terug naar het instappunt.

Het einde van een geslaagd weekend

Het einde van een geslaagd weekend

Het laatste stuk oefenen we met het varen van een koers  van boei naar boei om het verboden gebied heen. Nu blijkt dat dit gebied veel kleiner is dan we bij het instappen dachten en we op de heenweg voor niets een heel stuk omgevaren zijn. Dat is niet erg, want het leuke van kajakken is dat het varen zelf het doel is!

 

 

Dit bericht is geplaatst in Grootwater, Verslagen en getagd, , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *