Leiderdorper Jacques Webbers staat met kanopoloploeg wereldtop

Bron: Leidsch Dagblad, woensdag, 21 juli 2004

Leiderdorper Jacques Webbers staat met kanopoloploeg wereldtop

Door Sven Remijnsen

Kanopolo-bondscoach Jacques Webbers. Foto: GPD/Ramon Mangold
Kanopolo-bondscoach Jacques Webbers.
Foto: GPD/Ramon Mangold

Leiderdorp – Tien keer per week trainen en op eigen kosten naar het wereldkampioenschap in Japan: spelen in het Nederlands kanopoloteam vraagt veel opoffering. Acht bevlogen krachtpatsers beginnen donderdag op een meer in Miyoshi aan de jacht op hun eerste WK-goud. Een grote missie in een kleine sport, die zeeën van tijd kost en sloten met geld. De maniakale manier waarop een aantal internationals kanopolo bedrijft , gaat bondscoach Jacques Webbers soms te ver. Webbers (40) speelde in de jaren negentig zelf in het nationale team en maakte als coach met Nederland de sprong naar de wereldtop. Dat zijn ploeg mondiaal meetelt, schrijft hij onder aan een generatie harde werkers. “We hebben een groep die bereid is dagelijks te trainen. Sommige jonges hebben hun hele leven ingericht op de sport. Daar heb ik veel respect voor. Het maakt het voor een klein land als Nederland mogelijk om toch een grote rol te spelen.” Hij noemt Erwin Roos als voorbeeld. De keeper, topscorer én sterspeler, die zijn vrienden vaak alleen in de winter ziet, als zijn traningsregime even iets minder strak is. Webbers: “Als je kijkt naar wat de spelers moeten doen om een EK of een WK te halen, dan is kanopolo meer topsport dan voetbal.

Mijn spelers hebben alles over voor hun sport. Kanopolo is explosief, het komt aan op pure kracht. Fysiek wordt enorm veel van ze bevraagd, ze moeten superfit zijn. Maar je traint voor een wedstrijd van twee keer tien minuten, dan kun je ook te ver gaan.” En dat is een sport waarvan het bestaan nauwelijks bekend is. Nederland telt een paar honderd actieve kanopoloërs, die zich concentreren in de bolwerken Deventer, Alkmaar, Haarlem, Groningen en Webbers woonplaats Leiderdorp. Voor het grote geld hoeven ze het niet te doen. Een kano kost gemiddeld 1500 euro en gaat met een beetje geluk maximaal twee seizoenen mee. Peddels zijn nog sneller versleten. Dankzij een subsidie van NOC/NSF moeten de spelers niet de gehele WK-trip zelf bekostigen, maar de eigen bijdrage bedraagt nog altijd 1500 euro. Een forse kostenpost, zeker als je een vriendin hebt die in het vrouwenteam speelt en daarmee eveneens naar Japan reist voor het WK, zoals in het geval van Erwin Roos. Voor wie de trip niet kan betalen, wordt door de bond een regeling getroffen. “Het uitgangspunt is dat iedereen in staat moet zijn om mee te gaan”, zegt Webbers.

Sportief gezien staat Nederland er stukken beter voor. Verliezend finalist bij de WK’s van 2000 en 2002 en vorig jaar Europees kampioen na winst in de eindstrijd op Duitsland. Het was de eerste internationale titel voor Oranje, dat in de voorbereiding op het WK finale plaatsen haalde in belangrijke toernooien in Duitsland en België. Beiden keren was Frankrijk de tegenstander. Nederland verloor in Essen, waar twee jaar geleden ook de WK-finale werd verloren van Engeland, maar won in Mechelen.

Nederland, in Miyoshi ingedeeld in een groep met Spanje, Ierland, Japan en Nieuw-Zeeland, is met de Fransen dan ook favoriet. “Vier jaar geleden gingen we voor een medaille, twee jaar geleden voor de finale, dus vind ik dat we nu goud moeten halen”, stelt de bondscoach onomwonden. “Met brons zal ik ditmaal niet blij zijn.”

Een olympische status voor kanopolo is nog ver weg. Volgend jaar staat de sport op het programma bij de World Games in Duitsland. In 2006 is het de bedoeling dat Nederland het WK organiseerd op de Bosbaan. “Dat moet de sport hier een grote impuls geven”, zegt Webbers. “We kennen weliswaar weinig pieken en dalen, maar we komen niet verder.”

Webbers heeft zijn hart verpand aan kanopolo. Ook als bondscoach komt hij tijd tekort. “Dat is het probleem als je deze sport als topsport hebt beoefend: “Het is alles of niets. Je moet blijven investeren.” Hij vindt kanopolo ‘een leuk kijkspel’, waarbij iedereen kan aanvallen en verdedigen. Niet voor niets is de keeper vaak de belangrijkste speler; hij houdt ballen tegen en gooit ze in de tegenaanval in het andere net. De ‘Hollandse school’ dient, evenals in het voetbal, als leidraad. Webbers: “Nederland speelt het aanvallenst van allemaal.”

Dit bericht is geplaatst in In het nieuws, Kanopolo. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.