|
|
Deelnemers: Jos Geerdes, Mathijs Hobijn, Walter Noort (tochtleider) en Rob Spaan.
Verslag: Rob Spaan
Op 14 en 15 augustus heeft voor de Vlak Water vaarders het Groot Water weekend plaatsgevonden. Als bestemming was gekozen voor de waddenzee tussen Den Helder en Texel met als uitwijkmogelijkheid het IJsselmeer bij matige of slechte weersomstandigheden.
Walter, onze zeebonk, heeft de tocht voorbereid en geleid. In totaal waren we slechts met zijn vieren, maar dat was vooral te wijten aan het feit dat een aantal liefhebbers nog op vakantie was of andere verplichtingen had.
Omstreeks 8 uur zijn we vanaf de vereniging vertrokken naar de jachthaven van de marine in Den Helder waar we met speciale toestemming mochten vetrekken. Voordat we te water gingen heeft Walter ons met de marifoon aangemeld bij de kustwacht. Het was fantastisch weer en met nauwelijks wind of golven verlieten we om kwart voor elf de haven om met de laatste uren van de vloedstroom (stroom mee maakt alles makkelijker) via de betonning de Texelstroom over te steken en vervolgens onder de kust door te varen naar de haven van Oudeschild. Na ongeveer 5 kwartier en 10,5 km varen konden we onze zeekano’s al op de steiger trekken om te gaan passagieren en omstreeks twee uur de tocht met afgaand tij weer te vervolgen.
Oudeschild was vol leven op deze zomerse dag en het was een gezellige drukte op de braderie die rondom de haven plaats vond. Er was ook een fototentoonstelling met prachtige luchtfoto’s van de waddeneilanden en de zandplaten in de waddenzee. Op een kunstzinnige wijze was zo het hele waddengebied dat zich tot ver langs de Deense westkust uitstrekt vanuit de lucht gefotografeerd. Daarna nog even een bezoekje afgelegd aan het Texels museum.
Kort na twee uur hebben we onze tocht terug naar Den Helder vervolgd. In plaats van hetzelfde traject terug te varen zijn we met afgaand tij (stroom vanaf het wad richting Den Helder) eerst de Texelstroom overgestoken om daarna, iets ten noorden van het waddengebied dat zich tussen Den Oever en Den Helder bevindt, weer terug te varen naar Den Helder.
Dat oversteken van de Texelstroom was hard werken. Door even niet te peddelen en je gewoon door de stroom mee te laten voeren kon ik op mijn GPS zien dat mijn kano met een snelheid van 5 km/uur werd verplaatst. We hebben dus maar wat water bij de wijn gedaan en onze poging om de stroom haaks over te steken gestaakt. Met de stroom schuin van achter zijn we vervolgens over de ondiepte de “Bollen” gevaren. Met extreem laag water valt dit gebiedje bijna een halve meter droog. Er stond nu voldoende water, maar het was erg knobbelig en vergde wel extra concentratie bij het varen.
Hierna de vaargeul die Den Helder met Den oever verbindt overgestoken en langs de betonning van die geul terug gevaren naar Den Helder. Om vijf uur konden we weer uitstappen. Doordat het water nu veel lager stond kon dat comfortabel op een klein strandje.
In totaal hadden we op de terugweg 15 km afgelegd. (dagtotaal 25,5 km)
Die nacht hebben we gekampeerd op camping de Donkere Duinen vlakbij Den Helder. Na deze geweldige vaardag met prachtig weer hebben we ’s avonds heerlijk gegeten in stadscafé eFFe. Tijdens het tafelen hebben we gezamenlijk vastgesteld dat de eerste dag bijzonder geslaagd was en hebben we plannen gemaakt voor de zondag. Het weer zou verslechteren met veel wind en kans op regen. Het meest waarschijnlijke was dan ook om uit te wijken naar het IJsselmeer. Een van de mogelijkheden zou zijn om van Edam langs de kust van het IJsselmeer richting Marken te varen, de boten ten zuiden van de vuurtoren van Marken de dijk over te dragen naar de Gouwzee en dan via Volendam weer terug te varen naar Edam. Een mooi plan, maar eerst maar eens zien wat het weer morgen brengt en vóór het ontbijt opbellen voor het meest recente weerbericht.
Het was de volgende ochtend al snel duidelijk. Het weerbericht meldde windkracht 5 tot 6 met kans op buien. Dus na het ontbijt hebben we ons kampement opgebroken om maar eens te kijken wat er nog mogelijk zou kunnen zijn vanuit Edam.
Aangekomen in Edam zagen we een en al schuimkoppen op het IJsselmeer en was het gedaan met ons alternatieve plan. We besloten om door te rijden naar Monnickendam om daar te bekijken wat de mogelijkheden zijn om op de Gouwzee te gaan varen.
Het was daar in Monnickendam ook bepaald niet windstil maar het was wel te doen om de haven uit te varen en dan maar eens kijken wat er mogelijk is. We vonden de gemeentelijke trailerhelling dat ons vertrekpunt werd. Uiteindelijk vertrokken we om 1 uur. Met soepele slagen verlieten we de jachthaven en kwamen daarna in een meer dan frisse bries terecht en voeren met de benodigde inspanning in gestadig tempo naar de dijk ten noorden van ons om daar in beschut vaarwater te komen. Daar hebben we het plan getrokken om door te varen richting Volendam en dan nog vóór Volendam over te steken naar de dijk die ten noorden van Marken ligt en richting Volendam loopt. Langs deze dijk zouden we dan meer beschut voor de golven naar Marken varen en daar aan wal gaan om een bakkie te doen. Vanuit Marken dan vervolgens de kortste weg terug naar Monnickendam.
Weldra zou nu echter de beschutting van de dijk ten noorden van Monnickendam ophouden en we dan pal naar het noorden moeten varen richting Volendam. Zo gezegd zo gedaan, maar dan met toegenomen inspanning en met slechts een snelheid tussen de 3,0 en 4,5 km/uur. Naast de harde wind hadden we nu ook met behoorlijk hoge golven van doen. De enige meevaller was dat de golven recht van voren kwamen. Met een hoop gehobbel zijn we zo door gevaren tot vlak voor Volendam. Het was geen optie om nog even buiten de doorgang naar het IJsselmeer te gaan kijken. We zijn de hoofd-vaargeul van de Gouwzee overgestoken naar de dijk ten noorden van Marken. Dat was een lastig stukje omdat de golven nu meer dwars op onze vaarrichting stonden. Eenmaal vlakbij deze dijk kwam de grote beloning voor al het zwoegen. Met de wind nagenoeg recht van achter en relatief lage golven (de dijk gaf beschutting tegen de golven) voeren we, vaak surfend, in een rechte lijn naar Marken. Zonder peddelen ging het vaak al 5 tot 6 km/uur. Met peddelen ging het al surfend tot maximaal 12,4 km/uur. Dat waren dan wel de uitschieters, maar het was een fantastische belevenis. Door deze hoge snelheid waren we dan ook eerder in Marken dan ons lief was. (afgelegde weg 8,5 km)
Na de hoge uitstap in de haven hebben we onze inspanningen op een lokaal terras beloond met koffie en frisdrank en de koolhydraten weer aangevuld met Weens kersengebak. Eigenlijk waren we best tevreden en tweederde van de tocht zat er nu op. Het laatste stuk zou echter zeker inspannend zijn omdat we met wind en golven van opzij te doen zouden krijgen en de wind was er niet minder op geworden. Veel zeilboten die vanaf het IJsselmeer kwamen zag je met slechts een fok de Gouwzee opvaren.
Vanaf Marken konden we gemakkelijk te water via een trailerhelling en rechtstreeks weer de Gouwzee op. Om de golven niet precies dwars te krijgen besloten we om eerst in noordwestelijke richting naar de vaargeul naar Monnickendam te varen en deze dan te vervolgen tot onze vertrekhaven. Dit was het moeilijkste stuk en daarom voeren we dicht bij elkaar in de buurt. Nog geen tien minuten later hoorde ik Walter roepen: “capsize”. Er was dus iemand uit zijn boot gevallen. Shit happens, maar het water was aangenaam van temperatuur en er was geen reden voor paniek. Al snel zat de drenkeling weer in zijn boot en kon die worden leeg gepompt om daarna de tocht weer te kunnen vervolgen. Gestadig voeren we nagenoeg recht tegen de wind in totdat ik voor de tweede keer “capsize” hoorde roepen. Het was dezelfde drenkeling en met het uitvoeren van een hoge steun was het hem onder deze omstandigheden niet gelukt om weer overeind te komen. Niet getreurd, redding was letterlijk nabij. Weer de boot in geholpen, pompen en klaar is Kees. Om de kans op herhaling te reduceren tot nagenoeg nul besloot Walter om de onfortuinlijke tochtgenoot te slepen tot de vaargeul (nagenoeg pal tegen de wind) en zijn kano daarbij te laten stabiliseren door een tweede tochtgenoot die zijn kano langszij zou vastknopen. Feitelijk moest hij daarom dus twee kano’s slepen. Het noodlot van een tochtleider! Het viel dan ook niet mee en door het verlijeren ten gevolge van de wind ging dit niet in een rechte lijn maar in een aanzienlijk langere kromme in de richting Hemmeland ten oosten van Monnickendam. Het slepen werd na een haf uur gestaakt, de golven leken wat lager en het zou waarachtig wel weer gaan. En zo werd uiteindelijk het Monnickendammer Gat (de vaargeul naar Monnickendam) bereikt. Ten gevolge van enige beschutting van de dijk, die weliswaar ver noordelijk lag, was het water hier iets rustiger en zijn we gestadig en immer geconcentreerd doorgevaren naar de haven van Monnickendam. En daarmee kwam omstreeks vijf uur een bijzondere dagtocht van 15 km ten einde.
Na het omkleden en het opladen van de trailer hebben we op een terras naast het waaggebouw in het centrum de tweede dag geëvalueerd. Het was mooi geweest, maar het had minder gemogen. Ik had het niet willen missen.































