Molens en Fortentocht

Haarlem, 7 mei 2017

Het is al weer twee weken geleden dat ik voor het laatst gekanood heb. En eigenlijk kon ik dit weekend ook niet. Maar er stond een mooie tocht op het programma én ik kon onverwacht toch nog vrij krijgen van mijn werk dus ik kon mee. Fijn, want ik had de ontspanning ook wel weer nodig.

Om 08.30 uur was het verzamelen op de club. Ondanks dat ik ruim op tijd was, was ik weer niet de eerste. Aanvankelijk zouden we met 16-en gaan,  maar; met twee eraf, drie erbij, waren we uiteindelijk met 17.  Omdat er net 1 kano te weinig was, werd de tweepersoons kayak meegenomen. Een gek, log, blauw ding, maar we waren er wel mee geholpen.
Grootwater ging vandaag ook op pad.
Op naar de Haarlemse Kanovereniging, gelegen aan het Spaarne. Al 88 jaar een kanovereniging!
Wel lekker om bij een kanovereniging op te stappen en van hun faciliteiten gebruik te kunnen maken… ware het niet dat er geen sleutel was van de kleedruimtes. Die zou er pas na 20 à 30 minuten zijn. Dan maar buiten omkleden. Gebouwen, bomen en bosjes genoeg.

Het zonnetje laat het nog afweten en voor de tijd van het jaar is het ook nog aan de koude kant. Altijd lastig wat je het beste kunt aantrekken. Veelal, ook deze keer, blijkt het toch te veel.

De kanovereniging beschikt over een prachtige in de luwte gelegen steiger van waar je via een smalle doorgang op het (Buiten) Spaarne komt. Het is nog rustig, met een enkel gemotoriseerd vaartuig. Het Spaarne is een breed water, dus plek genoeg. Het slingert door de oude binnenstad en wordt op dat stuk het Binnen Spaarne genoemd.

We zien voor ons uit de oude koepelgevangenis en de toren van de Sint Bavokerk. De klokken luiden.
We varen onder Haarlems eigen magere brug, de Gravestenenbrug door, een prachtige witte ophaalbrug, met er net voorbij een paar panden met een heuse scheepsmast in de gevel, gevelhoog dus ook. Aan de andere kant de eeuwenoude Waag.
Wat verderop ligt aan de rechterkant  de prachtige molen De Adriaan. Oorspronkelijk uit 1779, maar de huidige molen werd, na een brand in 1932 en decennialang wel beloven maar niets doen, uiteindelijk toch in 2002 in zijn huidige staat opgeleverd en is nu in gebruik als molenmuseum.
We peddelen verder Noordwaarts langs de Droste fabriek, langs industrie, richting Spaarndam.

Voor diegenen die hier eerder geweest zijn, is duidelijk waar we naartoe moeten; het Fort Bezuiden Spaarndam. Maar van het fort is aanvankelijk slechts een met gras begroeide zijde te zien en om er te komen moet je een kleine opening in de dijk door om aan te leggen aan de kleine kanosteiger van kanovereniging Spaarndam. Een kleine steiger, maar een grootse locatie, want deze vereniging is gehuisvest in het fort zelf!
We worden hartelijk ontvangen en krijgen een enthousiaste rondleiding door het fort. Grandioos! De voor ons gezette koffie en de thee smaken verder heerlijk zeker met de door leden van onze vereniging meegebrachte al dan niet zelfgebakken lekkernijen. Alleen daarom al zou je lid worden.

In het riet bij het Fort vliegt een vogeltje druk heen en weer. Het lijkt een meesje, maar als ik later thuis opzoek, zou het ook een Karekiet of Rietzanger geweest kunnen zijn.
Een aantal leden had dit jaar nog niet of nauwelijks gekanood en ziet daarom wel een beetje op tegen het volgende deel van de tocht, de oversteek van de Mooie Nel, een toch wel grote plas water.  Maar met de wind in de rug is het een makkie. Ook de zon komt aarzelend door, dus dat is wel zo aangenaam. Alleen heb ik dus toch weer te veel aan kleding aan. Pfft…

We varen op Fort Penningsveer af, dat verscholen ligt in het groen. Wat verder opvalt aan dit stuk, is dat het lijkt of Schiphol net achter de rij begroeiing langs de waterkant begint; de vliegtuigen vliegen bijna rakelings over. Iets verder gaan we onder de spoorbrug en de autowegbrug door richting de Ringvaart van de Haarlemmermeer.
Een lepelaar vliegt, de poten naar achter gestrekt, de gelepelde snavel fier naar voor, in zijn witte pracht over ons heen. Ik voel me iedere keer weer bevoorrecht als ik die trotse vogel mag aanschouwen.

Verderop, bij Nieuwebrug (niet te verwarren met Nieuwerbrug) leggen we aan de rechterkant aan. De kano’s, behalve de tweepersoons, worden uit het water getild en over het fietspad in het gras gelegd. Stoeltjes worden opengeklapt. De mindere Goden nemen genoegen met een plekje op de grond. Boterhammetjes worden opgegeten, meegebrachte koffie, thee en soep opgedronken. Ook is er nog zelfgebakken lekkernij, die rondgedeeld wordt en die iedereen zich weer goed laat smaken.
Als wat onrustige zielen richting waterkant gaan, voelt de rest zich ook genoodzaakt om weer in de benen te komen. Met spijt, want het is erg goed toeven op deze plek en ook de temperatuur is erg aangenaam.
Er wordt van kano gewisseld en ik wil het wel proberen in die gekke blauwe tobbe. Samen met Elly ga ik ‘dubbel’ door. Julienne neemt mijn kano. Eigenlijk best gezellig met z’n tweeën in de kano en na even uitproberen zijn we al snel op elkaar in ‘gepeddeld’ en gaan we als een speer. Mijn regenbroek komt ook voor het eerst goed van pas, want er is geen spatzeil.
Onderweg wordt regelmatig mijn peddel uitgeprobeerd door anderen. Ik gebruik dan hun peddel en oh, wat valt dat tegen. Wat is zo’n peddel zwaar. Het is hard werken en ik voel mijn bovenarmen. Ik wil mijn eigen peddel terug! Het is wel goed, ook weer voor mij, om het verschil nog maar weer eens te ervaren. En om weer opnieuw heel blij te zijn met mijn eigen peddel. Goed gereedschap is toch wel heel belangrijk.

Het stuk Ringvaart voert langs de Molenplas, een grote plas water, met de wind van schuin opzij. Golfjes. Leuk!
Voordat we opnieuw de Spaarne opdraaien ligt links van ons het stoomgemaal de Cruquius, uit 1849. Het is één van de gemalen, er waren er drie, waarmee midden 19e eeuw de Haarlemmermeer is droog gepompt. Het grootste stoomgemaal ter wereld! En bovendien een prachtig, karakteristiek gebouw. Een voorbeeld van waar Nederland haar waterhuishouding mee beheerste en naar haar hand zette. Zoals ons land nog steeds doet en waarin ze nog steeds een voorbeeld voor de rest van de wereld is.
Tip: het gemaal is te bezoeken.

We draaien rechtsaf het Spaarne weer op. Wind tegen, dus het voelt ineens fris. De meesten hebben bij de laatste stop wat kleding uitgetrokken en die heb je met wind tegen niet zo snel weer aan. We proberen met z’n allen zo veel mogelijk uit de wind te kanoën. Maar we ruiken de stal en na het passeren van het voet-/fietspontje draaien we al snel bij de Haarlemse kanovereniging het terrein op. We kunnen ons gelukkig nu wel omkleden in de kleedruimtes van de vereniging. Wel lekker, weer droge kleding aan. De kano’s zijn snel opgeladen en in Leiderdorp weer gezamenlijk snel afgeladen.

Een mooie tocht weer. De molens heb ik verder niet vermeld, die horen gewoon bij het Nederlandse waterlandschap. En niet alle Forten, deel van de Stelling van Amsterdam (Unesco Werelderfgoed), waren even goed, vaak nagenoeg niet of zelfs helemaal niet zichtbaar.
Verder begrijp ik dat binnenkort een aantal leden gaat kijken voor een eigen peddel. Wellicht is er een quantumkorting te regelen?

De Haarlemse Kanovereniging heeft ook een Bollentocht I.C.F. (ik weet niet wat I.C.F. is) van 17 kilometer, uit te breiden tot 27 of zelfs 34 kilometer. Iets voor volgend voorjaar als de bollen in bloei staan?

Nel bleek een prima vervangende tochtleider voor Ab, die helaas door griep moest afzeggen.

Birgit
Foto’s van Nel

(I.C.F. = International Canoe Federation, internationale wedstrijden en tochten, Red.)

Dit bericht is geplaatst in Verslagen, Vlakwater. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *