Schiermonnikoog, zondag 3 juli

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

‘Meisjes zijn stom, geluk is heel gewoon of anders wel te koop, ik ga nooit in de Randstad wonen en alleen idioten peddelen naar Schiermonnikoog als er ook een veerboot is.’

Zo dacht ik er vroeger over. Maar dat was vroeger.

Zie hier hoe een mens, als hij ouder en wijzer wordt, van gedachten kan veranderen. Op mijn veertiende (meisjes waren toen al leuk) ging ik op schoolreisje naar Schiermonnikoog en het heeft tot deze zomer geduurd voordat ik ook de laatste uitspraak moest intrekken.

Het is gelijk bij de eerste slagen voorbij de haven hard werken om de zijwind en de golven de baas te blijven, met voor de meesten nog spierpijn van de vorige dag (zelfs Jaap was moe, zo gaat het gerucht). We steken de geul over en daarna komen we op het Brakzand, een zandplaat die bij laagwater droogvalt en waar wij het Geultje van Brakzand zoeken om niet vast te lopen bij afgaand water. Tochtleider Manon heeft de groep goed onder controle, mensen die voorvaarders Tjeerd en Desiree passeren krijgen een tik op de vingers. In de achterhoede houden Marieke en ik het overzicht. Meer dan eens worden we door zeilers opgeschrikt die vlak voor of achter ons langs varen terwijl er ruimte zat is. Dat heeft te maken met de beperkte breedte van de geul en de wens om scherp aan de wind te varen, zo wordt uitgelegd door Freek die iets meer van zeilen weet.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Gezeten in de luwte van de havendam met een boterham en een kop koffie in de hand zien we aan de horizon een aantal stipjes die langzaam groter worden en die dichterbij gekomen kano’s blijken te zijn. Het is de beginnersgroep van Klaas Hofman. Een groep van zeventien en een groep van negen, begeleid door vier instructeurs. We verbazen ons lichtelijk over de kleding van sommige deelnemers, niet meer dan een T-shirt en korte broek. Rob en Tjeerd zijn ooit bij Klaas Hofman begonnen en verslingerd geraakt aan de zee. We maken een praatje en de meesten van hen zoeken een plek in het havenrestaurant.

De terugtocht heeft wat meer uitleg nodig van de tochtleider en er kleven wat meer risico’s aan. Het geultje van de jachthaven loopt leeg, we kunnen hoge golven verwachten aan de rand van de plaat en tenslotte moeten we het laatste stuk naar Lauwersoog tegen de stroom in varen.

De golven zijn spannend genoeg voor Leen die zijn beste steunen laat zien en zich veilig voelt in het bijzijn van Freek. De spanning valt weg wanneer we over de plaat schuiven, met net genoeg water voor een peddelblad. Berend, die pas dit jaar zijn plek in de grootwatergroep heeft veroverd, is dan wel specialist in vlakwater marathonvaren, hij blijkt ook een meester in het bedwingen van de golven en zodra we de wind in de rug hebben surft hij er vandoor.

We varen vanaf de plaat eerst een stukje de haven voorbij om met een wijde boog terug naar de haveningang te peddelen. Met deze manoeuvre vermijden we het risico dat een eventuele zwemmer in de vaarroute terechtkomt. Weer zo’n slimme zet van de tochtleider. De dwarsgolven zorgen voor een fantastische ervaring. Het duurt maar even, dan worden we verwelkomd door de Friese Stamboek Dijkschapen. Friese wat? Ze zijn sinds de aanleg van de eerste dijken in de twaalfde eeuw geëvolueerd en bekend geworden door een lied van de Friese volkszanger Piter Wilkens. Het refrein gaat ongeveer zo: ‘It Fryske Stamboek Dykskiep is unyk, se ha de lofter en de rjochter poatsjes net gelyk.’ De lezer zal zich nu afvragen: hoe lopen ze dan terug? Denk daar maar eens over na.

Jaap

Voor een korte foto en filmimpressie van Freek klik hier.
Voor alle andere foto’s klik hier.

Dit bericht is geplaatst in Grootwater, Verslagen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *