|
|
Bron: Mijn Ark maart 2006
‘Bouw voor ons een drijvend clubhuis annex botenhuis.’ Dat was de bijzondere opdracht die Spruyt Arkenbouw kreeg van de Leiderdorpse kanovereniging ‘Rijnland’. De betonnen bak die daarvoor nodig was, 32 x 6 meter, is voor ‘arkbegrippen’ van enorm formaat.
Ter hoogte van Leiderdorp wordt de A4 verbreed. De gemeente bedong bij het Rijk dat de tunnelbak die daarbij wordt aangelegd, langer zou worden dan aanvankelijk was gepland. Dat bracht uiteraard extra kosten met zich mee en die moest Leiderdorp zelf betalen. Om die te financieren zou er een woonwijk worden aangelegd zodat de gemeente geld kon genereren uit de verkoop van de huizen. Dat betekende echter wel dat het clubhuis van kanovereniging ‘Rijnland’ moest wijken. Voor de opstallen kreeg de kanoclub geld van de gemeente. Als locatie voor een nieuw onderkomen werd de Munnikenpolder aangewezen, aan de andere kant van de A4. Maar volgens de planning is de inrichting van de Munnikenpolder pas in 2013 klaar. Dus moest er tijdelijke huisvesting worden gerealiseerd. Ook daarvoor was een budget. En toen kreeg de voorzitter van de kanovereniging een lucratieve ingeving: ‘als we de budgetten voor de tijdelijke en de definitieve huisvesting samenvoegen, zijn we spekkoper met een makkelijk te verplaatsen behuizing’. Het idee voor een drijvend clubhuis was geboren.
Prijsafspraken
“Aanvankelijk stond ik afwijzend tegenover die plannen”, vertelt bestuurslid Jacques Webbers. Vanuit zijn werkervaring bij een architectenbureau was hij de aangewezen persoon om de nieuwbouwplannen te begeleiden. “Op het land kun je namelijk goedkoper en duurzamer bouwen. Maar van dat laatste ben ik teruggekomen. Een drijvend clubhuis heeft meerwaarde; ook letterlijk: op het gebied van erfpacht. Leiderdorp wil dat we erfpacht betalen, maar daarmee zouden wij de eersten zijn die erfpacht betalen voor een gebouw op het water. Bovendien wil de gemeente dat we evenveel betalen als op het land en het is maar helemaal de vraag of hier sprake is van onroerend goed.” Daarover lijkt het laatste woord dus nog niet gezegd. “We hebben bij drie bedrijven een offerte aangevraagd en Spruyt pakte het ’t best op”, vervolgt Jacques Webbers. “Ik had tekeningen van het clubhuis gemaakt, plus een korte technische omschrijving en een raming van de kosten. Je moet op basis van goede prijsafspraken weten waar je financieel gezien aan toe bent. Daarna konden we gaan onderhandelen met de gemeente.”
Staalbouw
Jacques tekende een drijvend clubhuis annex botenhuis van 32 bij 6 meter. Het clubhuisgedeelte bevindt zich in het midden en bestaat uit twee lagen: beneden de kleedkamers met douches en toiletten, boven de bar. De zes kanoloodsen zijn aan weerszijden daarvan gesitueerd, links drie en rechts drie, met een kruipruimte eronder. Aan de voorkant en de zijkant liggen drijvende steigers. “Het zijn een soort polyethyleen kussens in een standaardmaat”, vertelt Jacques. “Wij zijn de eerste gebruikers ervan in Nederland en we zijn er via Spruyt aangekomen. Dit systeem komt uit Amerika en heet Connect-a-Dock.” De loodsen zijn staalbouw; een in de arkenbouw weinig gekozen materiaal en constructie, maar zeker goedkoper. Het clubhuis zelf is wel houtskeletbouw. De kozijnen steken uit, dat vonden we mooi qua uitstraling. Voor de ramen zijn rolluiken aangebracht tegen inbraak. De deur van het clubhuis is ook hoger dan ‘normaal’, want dat vonden we te laag.” Het afwerkingsniveau van het nieuwe clubhuis is erg hoog, vindt Jacques. “Hoger dan in de woningbouw. Als bij Spruyt bijvoorbeeld een elektricien schade veroorzaakt, wordt hij daarop aangesproken. In de woningbouw, met al z’n onderaannemers, heb je dat niet. Bij Spruyt heeft iedereen de hele dag met elkaar te maken. Daardoor wordt er netter gewerkt.”
Tijdelijk
“In Heerenveen gaat het er gemoedelijker aan toe dan hier in het westen. Dat kon ik merken toen ik een paar keer tussen de middag heb meegegeten. Je krijgt als klant alle aandacht en ze zijn nergens te beroerd voor. Er ging een wereld voor me open, want het is wel een aparte wereld, de arkenbouw. Ik ben in de woningbouw gewend op een andere manier te werken. Als je als particulier een huis laat bouwen, geeft meestal een architect jouw ideeën vorm en daarmee ga je naar een aannemer. In de arkenbouw is dat door meestal strakke regelgeving totaal anders en lijkt 90 procent van de arken op elkaar: zelfde model, zelfde gevelbekleding, zelfde kozijnen. Met een vormgever erbij, kun je veel meer variëren.”
Dank
Het nieuwe clubhuis van kanovereniging ‘Rijnland’ werd op 1 september 2005 opgeleverd en ligt oostelijk van de A4 in Leiderdorp. Als de inrichting van de Munnikenpolder klaar is – en Webbers verwacht dat dat eerder zal zijn dan in 2013 – kan het clubhuis simpel naar zijn definitieve plek worden verplaatst. Met dank aan de voorzitter.
Tekst: Tjeerd Gunning
Fotografie: Aschwin Snel

