|
|
Waterpolo in een kano
Bron: Leidsch Dagblad, donderdag, 29 juli 2004 door Erik-Jan Berendse,
![]() |
| Wanja van Oudenallen: “Natuurlijk wil je van Duitsland winnen.” Foto: Hielco Kuipers |
Een gelukwens van de koningin Beatrix, felicitaties van de voorzitter van het NOC/NSF en een versierde woning thuis in Voorschoten. Het is duidelijk, Wanja van Oudenallen is wereldkampioen kanopolo. De Leidse brandweerman won vorige week in Japan tijdens het WK alle wedstrijden met de Nederlandse ploeg. In een bloedstolende finale werd Duisland met 5-4 verslagen. Die zege was goed voor de eerste wereldtitel ooit van Oranje.
Van Oudenallen (31) zit vanaf zijn zestiende in een kano en speelt bij de Leiderdorpse kanovereniging Rijnland. “Als mij wordt gevraagd wat kanopolo is, zeg ik altijd: “dat is waterpolo, maar dan in een kano”. Er wordt gespeeld op een veld van maximaal 35 bij 25 meter op open water, maar in een zwembad kan ook. Een ploeg bestaat uit vijf spelers inclusief een vliegende keeper. Een wedstrijd duurt twee keer tien minuten, er staan twee scheidrechters op de kant en bij een gele kaart moet je twee minuten het veld uit.” Het klinkt simpel, maar dat is het niet, “Zo heb je al twee jaar nodig om de kano onder de knie te krijgen. Het onder water draaien om de lengteas – het eskimoteren – wenden, snelheid maken en stoppen. Daarnaast is tactisch inzicht vereist en moet je over een goede conditie beschikken. Tien keer trainen in de week is geen uitzondering, niet alleen in de kano, maar ook met looptrainingen en in het krachthonk. En op belangrijke toernooien worden wedstrijden van tegenstander op de video opgenomen en geanalyseerd.” Van Oudenallen moest zelf 1500 euro betalen om aan het WK in Japan deel te nemen, “Kanopolo is geen olympische sport dus is er weinig financiële steun. Gelukkig was er wel een aantal sponsors, anders was deelname aan het wereldkampioenschap nog duurder uitgevallen. “Zo kost een kano 1300 euro en een peddel al gauw 300 euro. Tijdens het WK zijn er drie gebroken. Door veel te sparen heb ik geld opzij gelegd voor Japan, maar een aantal jonge jongens in het Nederlands team heeft geld van hun ouders geleend.” Het EK vond van 21 tot en met 25 juli plaats op een meer bij Miyoshi op ongeveer een uur vliegen van Tokio. “We vlogen al op 16 juli naar Japan”, verteld Van Oudenallen. “In het begin was het wennen aan de hitte van 35 to 40 graden en soms was het er ook vochtig. Het was er allemaal prima georganiseerd en we werden vervoerd van het hotel naar het meer en terug in touringcars. “Nederland won op het WK achtereenvolgens met 7-3 van Ierland en 7-2 tegen Nieuw Zeeland. Daarna werd gastland Japan met 7-2 opzij gezet, Australië met 8-2 weggespeeld en Frankrijk met moeite verslagen: 3-2. Ook Taiwan moest er aan geloven: 9-3. De finale tegen de Duitsers was meer dan spannend. Nederland nam steeds een voorsprong maar de Duitsers vochten traditiegetrouw sterk terug. Uiteindelijk werd het 5-4. “Natuurlijk ben je voor zo’n finale extra gespannen en natuurlijk wil je van Duitsland winnen”, aldus Van Oudenallen. “Maar de sfeer tussen de deelnemende teams is goed. We gaan heel vriendschappelijk met elkaar om.”
Toch kan het er in een wedstrijd hard aan toe gaan. “Zo is het verboden haaks op een tegenstander aan te varen”, legt Van Oudenallen uit. “En je mag ook niet met de peddel op de hand van een tegenstander slaan, of met de peddel de boot van een tegenstander tegenhouden. Er zij drie wisselspelers die constant het veld in mogen. Daarbij wordt wel opgelet of de speler die gewisseld wordt al het veld uit is. Gebeurt dat niet dan speel je twee minuten met een man minder. De Duitsers maakten die fout tegen ons in de finale waardoor zij tijdelijk met een man minder speelden. Maar ze scoorden in die periode wel.” Over twee jaar is het volgende WK in Nederland, op de Bosbaan in Amsterdam. Van Oudenallen weet nog niet of hij op topniveau wil doorgaan tot en met 2006. “Ik blijf zeker bij Rijnland spelen, maar over het Nederlandse team twijfel ik nog. De combinatie werk en gezin gaat zwaar wegen. Door mijn werk als brandweerman heb ik veel diensten kunnen ruilen, waardoor ik kon trainen en aan toernooien kon deelnemen. En wil je aan de top blijven, dan moet je elke dag in de kano zitten, nog afgezien van de andere trainingen. Ik moet een eerlijke keuze maken en me afvragen of ik dat nog kan waarmaken. En mocht het antwoord op die vraag nee zijn dan moet je plaats maken voor een jonger iemand die dat wel kan en wil. Ik ben bij eerdere WK’s twee keer tweede en een keer zesde geworden en nu heb ik dan eindelijk die titel. Na al die jaren ben ik daar heel blij mee.”

